“informatie” wordt in dit voorschrift ruim opgevat: namelijk als kennis die in welke vorm dan ook gecommuniceerd kan worden. Ook materiaal waarin deze kennis is opgeslagen, zoals bijvoorbeeld een document of communicatieapparatuur wordt aangemerkt als informatie.
Bijzondere informatie wordt onderscheiden in staatsgeheimen en niet-staatsgeheime bijzondere informatie.
Bij het opstellen van het VIR-BI is tegemoet gekomen aan de wens van een aantal ministeries om een niveau van beveiliging te creëren voor informatie, die weliswaar geen staatsgeheim is, maar toch meer bescherming behoeft dan informatie waarop het VIR slechts van toepassing is. Toevoeging van dit niveau voorkomt dat er bij uitwisseling van kwetsbare informatie bilaterale afspraken gemaakt moeten worden over het gemeenschappelijk te hanteren beveiligingsniveau.
Ook houdt het VIR-BI rekening met de eisen op basis van nationale en internationale wetgeving, zoals de voorschriften van de NAVO en de EU voor de beveiliging van gerubriceerde informatie, de Wet veiligheidsonderzoeken en de Archiefwet.